Student-zelfstandige wordt flexibeler vanaf 1 oktober: meer ruimte voor jong ondernemerschap
Een eigen webshop starten, als fotograaf opdrachten uitvoeren, een app ontwikkelen of van een hobby een kleine onderneming maken? Steeds meer jongeren wachten niet tot na hun studies om te ondernemen. Vanaf 1 oktober 2026 wordt dat bovendien een stukje eenvoudiger.
De federale overheid past het statuut van student-zelfstandige aan. De nieuwe regels moeten het gemakkelijker maken om studeren en ondernemen te combineren. Minder administratie, meer flexibiliteit en duidelijkere regels: een mooie stap vooruit voor jongeren met ondernemerszin.
De nieuwe regeling geldt vanaf het school- en academiejaar 2026-2027.
Wat is een student-zelfstandige?
Wie studeert en tegelijk een zelfstandige activiteit uitoefent, kan onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van het statuut van student-zelfstandige.
Je moet onder andere ingeschreven zijn aan een erkende onderwijsinstelling en een studieprogramma volgen van minstens 27 studiepunten per jaar of 17 lesuren per week. Daarnaast moet je uiteraard effectief een zelfstandige activiteit uitoefenen.
Het statuut is interessant omdat student-zelfstandigen onder bepaalde inkomensgrenzen geen of verminderde sociale bijdragen betalen. Voor 2026 geldt dat bij een inkomen lager dan €8.687,04 geen sociale bijdragen verschuldigd zijn. Tussen €8.687,04 en €17.374,08 geldt een verminderde bijdrage. Vanaf €17.374,08 betaal je bijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep.
Wat verandert er vanaf 1 oktober?
1. Ook na je 25ste kan je student-zelfstandige blijven
Tot nu toe vormde de leeftijd van 25 jaar een harde grens. Dat zorgde vooral bij studenten die wat langer studeren voor een vreemde situatie: ze waren nog student, maar konden hun voordelige statuut als student-zelfstandige verliezen.
Dat verandert.
Wie in het derde kwartaal van het jaar waarin hij of zij 25 wordt al student-zelfstandige is, kan het statuut ook daarna behouden tot het einde van de studies. Je moet wel ononderbroken aan de andere voorwaarden blijven voldoen.
2. Minder administratie
Ook de administratieve rompslomp wordt verminderd.
Tot nu toe moest een student bij het begin van ieder school- of academiejaar vooraf verklaren dat hij of zij regelmatig de lessen zou volgen. Die voorafgaande verklaring verdwijnt.
De controle verdwijnt echter niet. Achteraf moet je nog altijd kunnen aantonen dat je effectief aan de studievoorwaarden voldeed, bijvoorbeeld via aanwezigheid bij lessen of deelname aan examens.
Voor scholen en onderwijsinstellingen is er eveneens een belangrijke wijziging: een attest waarin staat dat een student binnen de onderwijsinstelling wordt begeleid bij een ondernemingsproject geldt niet langer als bewijs voor het regelmatig volgen van de studies.
3. Stage of eindwerk? Ook daar komt duidelijkheid
Een student die aan het einde van zijn opleiding vooral nog bezig is met een stage of eindverhandeling, bevindt zich soms in een bijzondere situatie. Er zijn weinig of geen klassieke lessen meer, terwijl de student wel degelijk nog studeert.
De nieuwe regelgeving maakt duidelijk dat ook deze studenten het statuut van student-zelfstandige kunnen behouden. Deze uitzondering kan gedurende maximaal één school- of academiejaar gelden.
4. Afstuderen betekent niet onmiddellijk het einde van je statuut
Ook voor studenten die midden in een kwartaal afstuderen, worden de regels logischer.
Vanaf 1 oktober blijft het statuut behouden tot het einde van het kwartaal waarin je afstudeert.
Behaal je bijvoorbeeld je diploma in februari, dan kan je het statuut van student-zelfstandige behouden tot en met 31 maart.
Waarom is dit interessant voor ondernemend onderwijs?
Voor scholen is deze wijziging meer dan een administratieve aanpassing. Ze past binnen een bredere beweging waarbij jongeren al tijdens hun opleiding kunnen experimenteren met ondernemerschap.
Ondernemend onderwijs hoeft immers niet te stoppen bij het maken van een fictief ondernemingsplan.
Een leerling of student kan een idee bedenken, klanten zoeken, een prijs bepalen, communiceren via sociale media, verkopen, factureren en ontdekken wat er allemaal komt kijken bij het runnen van een echte onderneming.
Net daar ontstaat bijzonder krachtig leren.
Een eigen onderneming confronteert jongeren met vragen die in een klassieke opdracht soms moeilijk na te bootsen zijn: Wie is mijn klant? Welk probleem los ik op? Hoeveel wil iemand betalen? Welke kosten heb ik? Hoe onderscheid ik mij van concurrenten? En wat als mijn eerste idee helemaal niet blijkt te werken?
Ondernemerschap wordt zo een praktische leeromgeving waarin heel wat competenties samenkomen.
Van schoolproject naar echte onderneming
Voor leerkrachten biedt het statuut van student-zelfstandige daarom interessante mogelijkheden.
Een ondernemend project kan starten binnen de veilige omgeving van de school. Leerlingen onderzoeken een probleem, ontwikkelen een oplossing, testen hun concept en bouwen een eenvoudig businessmodel.
Voor sommige jongeren stopt het daar.
Andere leerlingen ontdekken echter dat er écht interesse bestaat in hun product of dienst. Dan komt automatisch de volgende vraag:
“Kan ik hiermee verdergaan?”
Dankzij het statuut van student-zelfstandige kan die stap naar echt ondernemerschap tijdens de studies gezet worden. De versoepelingen vanaf 1 oktober maken die overgang opnieuw wat toegankelijker.
Ondernemerschap begint met proberen
Niet iedere leerling die tijdens zijn schooltijd een onderneming start, zal later ondernemer worden. Dat hoeft ook helemaal niet.
De ervaring zelf is waardevol.
Een idee omzetten in actie vraagt initiatief, creativiteit, financiële geletterdheid, communicatie, samenwerking, probleemoplossend denken en doorzettingsvermogen. Precies die ondernemende competenties willen we binnen ondernemend onderwijs stimuleren.
En wie weet?
Misschien begint die toekomstige onderneming gewoon met een idee tijdens een les, een ondernemerschapsproject op school of een eerste gesprek met een leerkracht die zegt:
“Interessant idee. Waarom zou je het niet eens proberen?”
Meer weten?
De nieuwe regels voor het statuut van student-zelfstandige gelden vanaf 1 oktober 2026 en vanaf het school- en academiejaar 2026-2027. Meer informatie vind je bij VLAIO en het RSVZ.
Bronnen: VLAIO, Statuut student-zelfstandige vanaf 1 oktober flexibeler (28 september 2026) en RSVZ, Wijzigingen statuut student-zelfstandige (21 september 2026).